zijn
regelmatig
gebruikelijk in informele communicatie
Ik wil erachter komen wat er gaande is.
ik
Ik kom erachter dat ik de verkeerde informatie heb.
jij / je
Jij komt erachter dat de toets moeilijker is dan je dacht.
u
U komt erachter dat er geen tijd meer is.
hij, zij / ze, het
Hij komt erachter dat hij meer oefening nodig heeft.
wij / we
Wij komen erachter dat teamwork belangrijk is.
jullie
Jullie komen erachter dat het plan niet werkt.
Ik kwam erachter dat dat niet de waarheid was.
Jij kwam erachter wat er mis was.
U kwam erachter dat er meer regels zijn.
Zij kwam erachter dat het gemakkelijker was dan gedacht.
Wij kwamen erachter dat we meer hulp nodig hadden.
Jullie kwamen erachter dat de vergadering afgelast was.
Ik ben erachter gekomen dat ik de verkeerde beslissing heb genomen.
Er zijn veel mensen erachter komend dat zij iets anders willen doen.
Ik hoop dat jij erachter kome wat je wilt.
Kom erachter waarom je die beslissing hebt genomen.